HTTP-methoden-referentie
Een HTTP-methode (of „werkwoord”) vertelt de server welke actie een verzoek wil uitvoeren. De twee eigenschappen in de tabel doen ertoe bij het ontwerpen van API's:
- Veilig (Safe) — verandert de serverstaat niet (alleen-lezen).
- Idempotent — het verzoek herhalen heeft hetzelfde effect als het één keer doen.
Bijgewerkt 2026-07-06
| Methode | Doel | Veilig | Idempotent |
|---|---|---|---|
| GET | Een bron ophalen; zou geen neveneffecten mogen hebben | Ja | Ja |
| HEAD | Zoals GET maar geeft alleen headers terug, geen body | Ja | Ja |
| POST | Een bron maken of gegevens ter verwerking indienen | Nee | Nee |
| PUT | Een bron volledig vervangen door de verzoekbody | Nee | Ja |
| PATCH | Een gedeeltelijke update op een bron toepassen | Nee | Nee |
| DELETE | Een bron verwijderen | Nee | Ja |
| OPTIONS | Vragen welke methoden/headers zijn toegestaan (CORS-preflight) | Ja | Ja |
| CONNECT | Een tunnel naar de server opzetten (door proxy's gebruikt) | Nee | Nee |
| TRACE | Het ontvangen verzoek terugkaatsen (diagnostiek; vaak uitgeschakeld) | Ja | Ja |
Let op het verschil tussen PUT en PATCH: PUT vervangt de hele bron (dus twee keer sturen is idempotent), terwijl PATCH een gedeeltelijke wijziging toepast (wat dat niet hoeft te zijn). Combineer dit met onze referenties voor statuscodes en headers voor het volledige beeld van een HTTP-verzoek.
Gerelateerde tools